Reisverslag Nicaragua

26 december 2001 - 6 januari 2002

Al bij de oprichting van de stichting Monimbó in 1996 hebben we als bestuursleden de intentie uitgesproken dat er eigenlijk elke twee jaar iemand - uiteraard op eigen kosten - naar Nicaragua zou moeten gaan om de vorderingen van de projecten in Monimbó, Masaya met eigen ogen te aanschouwen. Alleen zo zou je, gewend als je bent aan je eigen luxe leventje in Nederland, je ook na jaren nog voldoende betrokken voelen bij de problematiek en de mensen aldaar.

Nu, alweer enige maanden terug uit Nicaragua, weten we dat dat ook echt zo is. Het enthousiasme voor de lustrumviering in februari en de gedrevenheid om nog meer geld in te zamelen voor al die goede projecten die we met eigen ogen zagen hebben we zonder meer te danken aan het bezoek aan onze Nicaraguaanse "counterparts", het comité Freddy Rodriguez. Bovendien ervaar je weer met hoe relatief weinig middelen je daar wat kunt bereiken, al wordt je je er tegelijkertijd van bewust dat ook dit weer een druppel op een gloeiende plaat is..

De reis

Met de rust van tweede kerstdag is het tijdens de chaotische overstap op het vliegveld van Miami wel gedaan. We wanen ons al in Midden-Amerika met zoveel Spaans om ons heen en vooral zo veel ongecoördineerde controles van vaag geuniformeerd personeel. Nu zijn we even niet blij met onze enorme hoeveelheid bagage (tweedehands kleding!), maar telkens als het lastig wordt zetten we onze blonde joker in, onze ontwapenende zoon Leon van 4½.

Het onthaal op het vliegveld van Managua, door Lorenzo Lopez, de voorzitter van het comité Freddy Rodriguez maar bovendien een dierbaar vriend, is hartverwarmend en gezeten in zijn taxi (helaas geen ruime oude Lada meer, maar een kleine en iets nieuwere KIA hutsefluts) snuiven we de vertrouwde klamvochtige luchtjes van Nicaragua op, terwijl we genieten van linksom genomen rotondes, kleine huisjes met vuurtjes langs de wegen, slingerende fietsen en onverlichte handkarren midden op de weg.

Naar goed Nicaraguaans gebruik is het reserveren van een kamer in het enige fatsoenlijke (want geen zogenaamd "love-hotel") hotel van Masaya niet gelukt, zodat we met z'n drieën de nacht doorbrengen in één bed met een hele diepe kuil bij vrienden van Lorenzo. De volgende dag komt het alsnog goed en nemen we ons intrek in hotel Regis, met 120 Cordoba's / €9 per nacht ideaal voor het oude travellers-gevoel.

De eerste indrukken

Het weerzien met Masaya, Nicaragua is na 6 jaar enerzijds vertrouwd, maar anderzijds ontluisterend. We herkennen nog veel mensen en zij ons ook, we zien nog steeds het straatbeeld met zijn paardewagentjes, de kleine tienda's die alles verkopen, de lawaaiige Amerikaanse schoolbussen, de stroomstoringen en de geldwisselaars, maar we zien ook veel, heel veel taxi's, winkels met koelkasten en video's en een heel luxe benzinestation waar je met credit card kan betalen en die zelfs een geldautomaat heeft waar je met je NL giropas dollars en cordoba's kunt trekken.

Maar vooral zien we, helderder dan 6 jaar geleden, het verval, de schade van de aardbeving van twee jaar geleden en veel meer haveloze mensen. Talloze bedelaars bij het benzinestation, dronkaards in de goot en veel zwerfkinderen. Leon heeft er snel aansluiting bij en wil vanaf dag één ook liever zonder schoenen lopen!

Het weerzien

In huize Lopez worden we met liefde binnengehaald. Doña Petrona is gek op Leon, maar Leon ziet meer in kleindochter Dulce Maria en kleinzoon Roni. Dochter Rosita lijkt de drijvende kracht in het huis geworden en zoon Martin heeft zich ontwikkeld tot een zeer bekwaam zadelmaker.

We maken met Lorenzo een ronde door Monimbó, zien de huizen waar we zes jaar geleden aan meegebouwd hebben en proberen in ons beperkte Spaans met onze voormalige mede-bouwers herinneringen aan toen op te halen. Leon heeft inmiddels overal vrienden en we zien hem vooral in houten kruiwagentjes voorbij geduwd worden of met andere kinderen rennen door de onverharde straten.

Taal blijkt hier overbodig. Als bezorgde ouders zijn we toch blij dat het nu de droge tijd is; je moet je niet voorstellen dat de open riolen hier weer, zoals elk jaar, overstromen en de ratten, kakkerlakken en schorpioenen rondscharrelen in en rond de huizen en hutjes...

De eerste bijeenkomst van het comité

We maken kennis met het aanstormend talent binnen het buurtcomité Freddy Rodriguez en constateren dat vrouwen hier de toekomst zullen zijn.
Secretaris Kirmia Membreño is in staat om ook in eenvoudig en dus voor ons goed te volgen Spaans het één en ander te verduidelijken. Zeer belangrijk, want de twee uur durende bijeenkomst vergt het uiterste van onze concentratie, temeer daar onze zoon heel ander plannen heeft en zich vooral bemoeit met de levende have (kippen, kuikens, kalkoenen, hond) in de patio van Lorenzo en de niet meer levende have (geplukte kippen) in de rokerige keuken.

De problemen van het comité worden ons al snel duidelijk: ook voor de leden van het comité is dit vrijwilligerswerk en zij zijn niet zoals wij gezegend met een vaste baan en een riant inkomen, maar leveren daarnaast de strijd voor het dagelijks bestaan. Met een werkloosheid van 65%, de nog steed diepe wonden van de burgeroorlog tot in de jaren negentig (veel oorlogsweduwen, veel oorlogstrauma's en daaraan verwante alcoholproblemen bij mannen) en een zeer corrupte regering staat Nicaragua er slechter voor dan ooit.
We begrijpen dat wij soms sneller willen dan zij kunnen; immers elk project vereist een goede en transparante organisatie en steeds is er de (ook binnen de sociale verhoudingen van de hechte gemeenschap) moeilijkheid van de selectie van de doelgroep. We krijgen uitleg over het project "Gallo Pinto", en een verantwoording (inclusief foto's van de studenten) voor het project "studiefinanciering".

Tevens discussiëren we over mogelijke nieuwe projecten;
· een project waarbij vrouwen zonder werk, maar wel in het bezit van een naaimachine stof krijgen voor hun eerste producten (traditionele kleding), om met de opbrengst weer verder te kunnen
· een project waarbij alleenstaande moeders of ouderen een kip, kalkoen of biggetje krijgen om vet te mesten, waarna ze van de opbrengst van het vlees en / of de eieren weer nieuwe kuikens of biggen kunnen kopen.

Een korte vakantie

Omdat we ook op vakantie zijn en buiten Masaya en buiten onze stichtingsactiviteiten wat van Nicaragua willen zien, plannen we een uitstapje naar San Juan del Sur, het Scheveningen van Nicaragua, maar dan zonder pier, zonder hoogbouw, maar met restaurantjes op het strand, eenvoudige reizigershotelletjes en dure Miami-boys-hotels (genoemd naar de rijke Nicaraguanen die ten tijde van de Sandinistische revolutie naar Amerika zijn uitgeweken en nu goedkoop op vakantie of familiebezoek gaan naar hun vaderland, dan wel in Nicaragua een nieuw bestaan opbouwen met in Amerika verdiend geld).

Ook hier dus de bizarre tweedeling van zwaarlijvige, Amerikaans sprekende, quads-rijdende verwende pubers en zwoegende afgetobde straatventertjes in een omgeving van openbare armoede (straten met gaten, overal zwerfvuil) en publieke rijkdom (knotsen van villa's tegen de berghelling, dure four-wheeldrives).

Wij genieten in ieder geval van twee stranddagen op het grauwe vulkanische zandstrand, van heerlijke vis en koud bier en Leon van de aanblik van loslopende paarden op het strand ("Kijk, zeepaardjes!"). Op de terugweg maken we met de bus een tussenstop in Granada, de koloniale stad aan het meer van Nicaragua. Volgens velen één van de mooiste steden van Midden-Amerika en inderdaad zeer de moeite waard. Ten opzichte van zes jaar geleden is hier veel opgeknapt en in het schemerdonker is de feeëriek verlichte binnenstad een plaatje met al die prachtige arcades, gebouwen als uit de romans van Isabel Allende en een schitterende kathedraal. We ontmoeten zowaar Europese toeristen en een Frans-Caledonisch stel met twee kleine kinderen dat bewust Nicaragua als vakantie-reisdoel heeft gekozen.

Een voorbereiding op de veiling

Masaya staat bekend om zijn artesania, kunstnijverheid, en de plaatselijke markt puilt dan ook van huisvlijt. Van kleding tot bezemstelen, van opgezette kikkers tot marimba's, van hangmatten tot naïeve schilderkunst. Ten behoeve van de veiling op het lustrumfeest van de Stichting Monimbó hebben we heel wat verloren uurtjes rondgeslenterd op de Mercado Popular, waar je uiteraard ook gewoon je groenten, fruit, kippen en eieren kunt kopen en die nog steeds voor vele Masayanen de belngrijkste bron van inkomen is.

Speciaal voor toeristen is de oorspronkelijke Antiguo Mercado in oude koloniale luister hersteld en worden de topstukken van de normale markt voor de hoofdprijs aan met name Miami-boys verkocht. Omdat deze markt zeker toegevoegde waarde heeft (rustiger, vaste prijzen, betere spullen, hogere marges) doen we uiteraard ook hier een deel van onze inkopen.

Een geheel nieuw project

Op de laatste dag van 2002 neemt Lorenzo ons mee naar een vergadering van campesinos, klein boertjes. Deze hebben de handen ineen geslagen en zouden met enige hulp van buiten graag coöperatief grond huren (kopen is inmiddels te duur, nu veel grootgrondbezitters hun ooit onteigende land weer terug hebben) om te bewerken en zaaigoed en mest kopen, om met de eerste oogst genoeg te verdienen om daarna zonder hulp verder te gaan.

We zijn onder de indruk van de organisatiegraad en het inzicht van deze eenvoudige boeren, die voor alles de zaak goed willen organiseren zodat geen geld verloren gaat en iedereen elkaar recht in de ogen kan blijven kijken. Op deze bijeenkomst komen de schaars aanwezige vrouwen met - wederom - een projectvoorstel voor aanschaf van biggen en kippen. Het blijkt dat deze vorm van eenmalige hulp, waarna men op eigen benen vooruit kan sterk leeft in Nicaragua en als stiching zijn we daar alleen maar blij mee.

Wel beseffen we weer terdege dat de reserves van al deze mensen blijkbaar zo klein zijn, dat één mislukte oogst of wat natuurgeweld (hetgeen hier vaak voorkomt; aardbevingen, cyclonen, overstromingen) betekent dat men weer opnieuw moet beginnen en dat daar dan weer hulp van buitenaf voor nodig is.

Oud in Masaya..

Op de laatste dag van 2001 worden we 's ochtends vroeg door Lorenzo gewekt met een krantje. Al snel blijkt dat die niet bedoeld is om ons Spaans op te vijzelen, maar omdat we er met een groot artikel instaan.

Een groot deel van oudjaarsdag wordt vruchtbaar besteed aan het met het voltallige buurtcomité inpakken van de voedselpaketten voor het noodhulp-project "Gallo Pinto".

Ook Leon draagt zijn steentje bij en onderwijl worden we geïntervieuwd en gefotografeerd door de journalist die bovenstaand artikel schreef.

's Avonds in de taxi op weg naar het huis van Lorenzo blijkt dat we de status van bekende Masayaan hebben bereikt; de taxichauffeur herkent ons en wil van geen betalen weten! Tot diep in de nacht houden we ons onledig met het drinken van Flor de Caña en het afsteken van vuurwerk, dat gewoon tot een uurtje of twee 's nachts bij allerlei stalletjes op straat gekocht kan worden.

Met name de allerkleinsten, waaronder onze Leon, tonen zich ware pyromanen. SIRE heeft in dit land nog een lange weg te gaan met vuurwerk-voorlichting...

 

 

 

 

.. En nieuw in Masaya

Zoals elke dag vroeg op in Hotel Regis, want onze kamer grenst aan de keuken, waar om 7 uur 's ochtends de rijst met bonen en eieren al weer staan te pruttelen. Later in de ochtend gaan we, het wordt al een vast loopje / ritje, naar het huis van Lorenzo en van verre horen we al de Marimba. Zes jaar geleden maakten we het al eens mee bij de viering van een sterfdag van een geliefde, maar ook nieuwjaarsdag wordt aangegrepen om alle kinderen uit de buurt uit te nodigen voor een feestelijke maaltijd. Ten opzichte van zes jaar geleden noteren we veel meer kinderen zonder schoeisel en met smoezelige kleding, wat eigenlijk alleen maar kan duiden op straatkinderen (zelfs de allerarmste gezinnen zullen er altijd voor zorgen dat ze er schoon en netjes uitzien). Idereen uit de buurt die wat kan missen doet mee en helpt mee bij het koken, het distribueren van het eten in de meegebrachte kommetjes en wij hebben het feest nog wat kleur gegeven met een reusachtige piñata vol snoepjes.

's Middags is het de beurt aan ons om bij de geordende uitdeling van de voedselpakketten te zijn. "Han de Wit gaat in ontwikkelingswerk" schiet er door onze gedachten. We vinden het niet echt leuk om in een toespraak van één van de leden van het comité als weldoenders aangemerkt te worden, maar fraaie videobeelden voor op de veiling (inclusief een bedankje aan alle gulle gevers en de beste wensen voor 2002) levert het wel op.

Weer op vakantie

Na al dat stichtingswerk toch ook weer behoefte aan een kort uitstapje. De keus valt op Matagalpa in het noorden van Nicaragua, een streek die zwaar te lijden heeft onder droogte en een veel te lage koffieprijs.

Op weg per bus naar Matagalpa (voor het ouderwetse reizigersgevoel natuurlijk de lokale, goedkope sloomdienst genomen via hoofdstad Managua) zien we enerzijds wat er gebeurd is met de internationale hulp na de orkaan Mitch (alle hoofdwegen rondom de hoofdstad en het vliegveld geasfalteerd), maar vooral wat een rotzooitje het eigenlijk overal is.
Alle niet-rijke buitenwijken van Managua zijn veredelde autosloperijen, elk openbaar stukje groen is een vuilnisbelt en alleen achter manshoge hekken en bij hoge concentraties van geblindeerde four-wheeldrives en beveiligingspersoneel zie je soms waar 't geld zit. Voor poldermodel-Hollanders gewoon onvoorstelbaar dat je als rijke Nicaraguaan niet raar opkijkt van al die armoe en lelijkheid om je heen. Daar zou je toch gelijk wat aan gaan doen?

Enfin, Matagalpa ligt in een prachtige omgeving, heelijk koel en droog in de bergen met her en der, tussen de vele ontboste berghellingen door nog doorkijkjes naar stukken jungle en schitterende vulkanen. En daar moest gelopen worden, en hoe doe je dat met een kind van 4½? Door spannende verhalen te vertellen over jaguars, apen, leguanen en papegaaien. En reken maar dat we ze gehoord hebben en weg zagen schieten in het struikgewas! Ons luxe hotel in Matagalpa bleken we te delen met het Frans-Caledonische stel uit Granada, inderdaad net weer alsof je als backpacker op pad bent!

De laatste dagen

Terug in Masaya moeten we nog één toeristisch hoogtepunt afwerken: de vulkaan van Masaya, één van 's werelds meest actieve vulkanen. De aardbeving van enige jaren terug heeft fors wat schade toegebracht aan de kraterrand, dus de kolkende lavamassa is niet meer zo goed te zien. Blijft natuurlijk die letterlijk adembenemende zwaveldamp. Het intens diepe gerommel zorgt voor het nodige spektakel. Bizar zijn de speciale papegaaitjes die dwars door die zwaveldampen heen fladderen en schijnen te nestelen in de krater, maar ook die uitgestrekte zwarte en roestrode gestolde lavavelden met talrijke gitzwarte gieren. Leuk landschap voor een naargeestige film!

Op de dag van vertrek nemen we uiteraard ruim de tijd voor afscheid van al onze vrienden en geliefden in Masaya. We ontkomen er niet aan een rit naar het vliegveld in de taxi van Lorenzo te accepteren.

Na de nodige zoenen en tranen in de patio van Lorenzo (vooral Leon wordt door de jeugdige vrouwelijke leden van het buurtcomité welhaast doodgeknuffeld, hetgeen hij zich opvallend genoeg laat welgevallen) vertrekken we per afgeladen auto vol presentjes, hangmatten en talrijke andere veilingartikelen op weg naar huis met maar twee gedachten; hoe zou het met onze bijna driejarige dochter Quirien in Nederland zijn en wanneer komen we met z'n vieren weer langs bij onze familia Nica?

Stichting Monimbó, Postadres: Beetslaan 106, 2281 TM Rijswijk, Nederland, Email: info(at)monimbo.org
IBAN: NL92 INGB 0007 5426 36, KvK: 41136042

Laatste wijziging 16 dec 2013
Typo3 website by NetCoop.nl